Saint-Lazare speelt “Exercices de style” (20 april, Utrecht; 2 en 7 juni, Leiden)

EXERCICES DE STYLE van Raymond Queneau is een speelse verzameling van 99 teksten rond eenzelfde verhaal.

Een rijzig jongmens getooid met een maf hoedje, dat versierd is met een lint, stapt in Parijs op de bus en krijgt het aan de stok met een medereiziger die hem op zijn tenen trapt. Hij gaat vervolgens maar snel zitten. Twee uur later wordt hetzelfde personage weer gesignaleerd bij Station Saint-Lazare. Daar wijst een vriend hem erop dat er een knoop ontbreekt aan zijn overjas.

Vanuit de meest uiteenlopende vertrekpunten en met inzet van een groot aantal registers wordt deze anekdote besproken, bewerkt, in scene gezet en bezongen. Onze keuze van een veertigtal varianten (FRENCH SPOKEN) wil het ludieke karakter onderstrepen, de vrolijke inslag uitbeelden en de theatrale mogelijkheden optimaal uitbuiten. Enkele extraatjes geven een eigenwijze draai aan deze enscenering waarmee we ons veertigjarig bestaan vieren.

UTRECHT (THEATER DE KIKKER) 20 APRIL 20 uur

LEIDEN (IMPERIUMTHEATER)  2 en 7 juni 20 uur

(regie Margie Monfils; met Sofie Dewulf, Fieke Schouten, Martine Feteris, Roel Kluiver, Rob de Vries, Marcel Beentjes en Sjef Houppermans)

Annonce de parution – À la découverte de la Hollande dans les années 1760-1770

À La Découverte de la Hollande dans les années 1760-1770 : Pierre Famin, Emmanuel de Croÿ-Solre, François-César Le Tellier, Jean-Marie Roland de la Platière, Gabriel-François Coyer.
Textes réunis et présentés par Madeleine van Strien-Chardonneau, Paris, Société française d’étude du dix-huitième siècle, 2019.

Les textes réunis de ce volume décrivent la Hollande telle qu’elle est perçue par six voyageurs français dans la décennie 1760-1770, époque où l’on voit progresser les voyages d’agrément grâce à la paix retrouvée en Europe après la guerre de Sept Ans et à l’amélioration des infrastructures.

Certes, le pays n’est pas terra incognita : dès la fin du 16e  siècle, le « miracle hollandais » admiré par le duc de Rohan intrigue les voyageurs français. Descartes vante auprès de Guez de Balzac les mérites d’Amsterdam, la liberté dont on y jouit, mais aussi la simplicité et la pureté des mœurs. Les huguenots qui y ont trouvé refuge contribuent à renforcer cette image idéalisée qui perdurera jusqu’à la fin du 18e siècle. La Hollande continue, malgré un déclin certain, à fasciner le voyageur par son opulence, par sa « singularité » : pays « amphibie », créé par l’homme, c’est aussi l’une des rares républiques en Europe.

Deux textes sont édités dans leur totalité : celui de Pierre Famin (1760), très informatif sur les aspects matériels du voyage, témoigne, en raison des nombreux contacts du diariste, de la sociabilité transnationale des milieux négociants ; dans sa relation (1769), Gabriel-François Coyer s’affiche en « voyageur philosophe », recherchant en Hollande « les prodiges des arts utiles, ceux du commerce et d’un bon gouvernement ».

Les extraits complètent ces textes. Roland de La Platière (1768), admire comme Coyer le régime républicain, mais, à la différence de ce dernier idéalisant une société aux valeurs bourgeoises, témoigne d’un manque total d’affinités avec les Hollandais. Emmanuel de Croÿ-Solre (1761), perçoit la Hollande sous un jour idyllique. Touriste avant l’heure, il fait de nombreux achats, estampes, café et thé ou bibelots des Indes. La relation du marquis de Courtanvaux (1767) illustre la sociabilité savante d’Ancien Régime en évoquant ses contacts avec universitaires et amateurs éclairés. Pour d’autres voyageurs ce sont les compétences des Hollandais dans la lutte contre les eaux ou les cultures florales (Anonyme 1770) qui retiennent leur attention, sans oublier l’attraction exercée par les maîtres de l’école flamande et hollandaise.

 

 

 

 

 

 

Lezing Marcel Proust Vereniging ‘Waarheid en literatuur’ (Amsterdam, 28 maart)

Op zaterdag 28 maart 2020 organiseert de Marcel Proust Vereniging een bijeenkomst met een lezing door Jannah Loontjens over ‘Waarheid en literatuur’. Voorafgaande aan de lezing zal de jaarlijkse ledenvergadering plaats vinden.

Het programma van de middag ziet er als volgt uit:

13.30 – 14.00                     Welkom
14.00 – 14.45                     Ledenvergadering
15.00 – 15.15                      Inloop lezing
15.15 – 16.30                      Lezing Jannah Loontjens + discussie

Gezien de verwachte belangstelling voor de lezing, zouden wij u willen verzoeken zich voor 23 maart op te geven bij Nell de Hullu, secretaris van de Vereniging.

Toegang voor niet-leden :   € 10
Locatie: Consistorie van de Waalse Kerk, Walenpleintje 159, 1012 JZ, te Amsterdam (entree via de hoofdingang).

Over de lezing: ‘Waarheid en schrijven.’
In haar lezing zal Jannah Loontjens het hebben over waarheid en eerlijkheid in literatuur. Wat voor rol speelt waarheid in literatuur? Wat was de waarheidsopvatting van de modernisten en hoe stond Proust daar tegenover? Aangezien Loontjens zelf zowel romans als non-fictie schrijft, zal zij tevens spreken over de waarheidsopvattingen in de verschillende genres, waarbij zij onder meer zal toelichten hoe zij in haar denken over literatuur en waarheid door Proust beïnvloed is.

Over de spreker
Jannah Loontjens is schrijver en filosoof. Als schrijver publiceert ze in verschillende genres: naast dicht- en essaybundels publiceerde ze vier romans. In haar essaybundels Mijn leven is mooier dan literatuur en Roaring Nineties vermengde zij autobiografie met filosofie. In haar recente romans Misschien wel niet en Wie weet onderzocht ze onze hedendaagse tijdgeest. Vorig jaar verscheen Als het over liefde gaat, een essayistisch reisverhaal. Jannah Loontjens schrijft regelmatig opiniestukken en recensies voor onder andere NRC HandelsbladTrouw en de Volkskrant en verzorgt een maandelijkse rubriek voor Filosofie Magazine. Zie ook: www.jannahloontjens.nl

Appel à contributions : Queeste – Francophone Literature in the Low Countries (ca. 880 -1600)

Francophone Literature in the Low Countries (ca. 880 -1600)
A special issue of Queeste, Journal of Medieval Literature in the Low Countries

In 2015, we concluded the introduction of our special issue on Literature and Multilingualism in the Low Countries with a renewal of Queeste’s ‘commitment to the varied and multilingual culture of the Low Countries’. And indeed, in the five years since then, Queeste has continued to publish scholarly articles on the production and circulation of literature in Dutch, French, and Latin, on translation, and on multilingual text collections and reading culture in the Low Countries.

While the editors applaud this continuous attention to multilingualism and language contact, we also feel that Queeste often approaches these issues from a distinctly Dutch-language perspective. This poses the risk of downplaying the actual impact of the literature in French (and Latin) that was written, copied and disseminated in the Low Countries. Following up on the earlier issue on multilingualism, we therefore aim to publish a new special issue of Queeste devoted solely to current scholarship on medieval Francophone literature in the Low Countries, to appear in 2021.

Since Queeste actively seeks to deliver the diversity that is implied in the journal’s subtitle, this special issue should be seen as another step towards a more balanced and accurate representation of the region’s multilingual literary culture. We therefore hope that this collection of essays will mark the beginning of a steady supply of articles on the medieval francophone literature produced and received in the Low Countries.

We invite reflections on any aspect of the authoring, copying, and reception of French literary texts in
the area covering modern-day Belgium, the Netherlands, Luxembourg and Northern France. As we aim
for a wide and diverse panorama, we welcome general overviews as well as case studies, written from a
varied range of theoretical and methodological perspectives (literary theory, codicology, stylometry,
etc.), with a diachronic, comparative or contextualizing approach, and discussing texts from a broad
spectrum of genres (lyric, epic, theatre, but also religious, moral-didactic, scientific, and practical
writing).

Contributors should by no means feel confined to the textual production in the principally francophone
regions and social circles of the Low Countries, but are encouraged to (also) discuss examples of French
literature in reception contexts and parts of the area that have not been typically associated with
francophone culture.

Abstracts (300 words or less) should be sent to the editorial board of Queeste before 30 April 2020 (b.j.m.caers@hum.leidenuniv.nl), after which authors will be notified by 15 May. Contributions of ca. 8000 words (including notes and bibliography) should be delivered before 31 October 2020 and will be, as always, subject to double blind peer review. Contributors are requested to follow the journal’s stylesheet (https://queeste.verloren.nl/guidelines).
For any further questions, please contact the editors of this special issue directly:

* Alisa van de Haar (a.d.m.van.de.haar@hum.leidenuniv.nl) or
* Dirk Schoenaers (d.j.c.schoenaers@hum.leidenuniv.nl).

Queeste is a multilingual journal and accepts articles written in Dutch, English, French, and German.
Find out more at: https://queeste.verloren.nl/

Studiemiddag en boekpresentatie ‘Imaginaire bibliotheken’ (Leiden, 24 januari)

Deze studiemiddag is gewijd aan een bijzonder literair genre: spotcatalogi van niet-bestaande boeken. Dit komische genre, dat zijn oorsprong vond in het romanwerk van François Rabelais, kende vanaf de zestiende eeuw een grote, internationale verspreiding. Bekende schrijvers als Johann Fischart, John Donne, Thomas Browne, Leibniz en Multatuli hebben zich aan het genre gewaagd. Anonieme spotcatalogi hadden politieke tegenstanders als mikpunt. Zo kreeg in 1672 Johan de Witt vele neptitels toegeschreven.

Aan dit genre is een bloemlezing gewijd, Early Modern Catalogues of Imaginary Books (Brill, 2020), die deze middag gepresenteerd wordt. In vier korte lezingen wordt een overzicht gegeven van het genre, en worden enkele bijzondere gevallen daarvan nader belicht.

Locatie: Vossiuszaal, Universiteitsbibliotheek, Witte Singel 27, Leiden.

Graag aanmelden via dit formulier.

 

Programma

14.00-14.10 uur Paul J. Smith (Universiteit Leiden): Inleiding

14.10-14.35 uur  Paul J. Smith (Universiteit Leiden): Rabelais en de Bibliotheek van Saint-Victor

14.35-15.00 uur  Helwi Blom (RU Nijmegen): Van Inventaris tot Notitie: ontwikkelingen in het genre van de imaginaire boekenlijst (c. 1600 – c. 1800)

15.00-15.15 uur  Pauze koffie/thee

15.15-15.40 uur  Rietje van Vliet (Leiden): De succesformule van Heer Janus Janus-zoon. Bernardus Bosch (1746-1803) als lijstenmaker

15.40-16.05 uur  Marijke Meijer Drees (Rijksuniversiteit Groningen): Spotcatalogi in pamfletten

16.20-16.30 uur  Aanbieding van het boek Early Modern Catalogues of Imaginary Books aan Anton van der Lem (Universitaire Bibliotheken Leiden)

16.30 uur  Borrel aangeboden door Brill en het onderzoeksinstituut LUCAS

Symposium ‘La Lituanie et la littérature française’ (Leiden, 15 januari)

Le mercredi 15 janvier en matinée, le département de français de l’Université de Leyde organise un petit colloque sur le rôle de la littérature francaise en Lituanie – ce à l’occasion de la soutenance de thèse d’Ingrida Baktutyte l’après-midi même, sur cette question.

 

Programme

Lipsius salle 2, Cleveringaplaats 1, Leiden. 

10.00 Accueil / Mot d’introduction par Prof. Dr. Paul J. Smith (Université de Leyde)

10.15 Ouverture par Mme Giedrė Geleževičienė (Ambassade de Lituanie)

10.30 Présentation de la thèse doctorale par Ingrida Bakutyte: La réception de la littérature française en Lituanie dans le contexte de l’identité nationale

10.45 Communication de Prof. Dr. Vytautas Bikulčius (Université de Vilnius): Deux mystificateurs: Romain Gary et Francois-Henri Deserable

11.10 Communication de Prof. Dr. Genovaitė Dručkutė (Université de Vilnius): Oscar Milosz, poète et traducteur

11.35 Communication de Dr. Annelies Schulte Nordholt (Université de Leyde): Emmanuel Levinas et la littérature française

12.00 Fermeture du symposium

Nouvelle parution : RELIEF 13.2 Penser la métanarrativité contemporaine

La notion de métafiction ou de métanarativité a été introduite en 1970 par William Gass et implique l’auto-observation textuelle et l’autoréflexion. Ce terme est souvent explicitement lié au postmoder­nisme, mais de fait la métafiction est une constante dans l’histoire du roman. Le roman contemporain a souvent recours à la métafiction, comme l’illustrent les articles dans ce dossier.

 

Articles – dossier thématique

Introduction : Penser la métanarrativité dans le roman de l’extrême contemporain
Sabine van Wesemael

Le Méridien de Greenwich : ligne de partage dans le panorama littéraire des années 1980
Alice Richir

Il était deux fois: la fiction et son double
Catherine Haman

Stratégies métalittéraires et pratiques essayistiques dans l’œuvre d’Éric-Emmanuel Schmitt
Antoaneta Robova

Poétique de la non-fiction: le discours métalittéraire dans les récits d’Emmanuel Carrère
Patricia Martínez García

 

Varia

Nathalie Sarraute, une répétition à double fond
Marion Geiger,  Luc Monnin

Le Faust en cours : les brouillons du Faust valéryen et les notes de son cours de poïétique entre la fiducia et l’infini esthétique
Fabió Lucas

 

Comptes rendus

Christian Janssens, Maurice Maeterlinck, un auteur dans le cinéma des années dix et vingt. Berne : Peter Lang, 2016
Matthijs Engelberts

Alisa van de Haar, The Golden Mean of Languages. Forging Dutch and French in the Early Modern Low Countries (1540-1620), Leyde: Brill, 2019
Jelle Koopmans

Symposium ‘Figurations animalières’ ter ere van Paul J. Smith (Leiden, 13-14 februari 2020)

Figurations animalières à travers les textes et l’image en Europe (XIVe – XIXe siècles)

Symposium ter ere van Paul J. Smith

Universiteit Leiden, 13-14 februari 2020
Organisatie: Alisa van de Haar en Annelies Schulte Nordholt

Na meer dan twintig jaar neemt Paul J. Smith afscheid als hoogleraar Franse letterkunde aan de Universiteit Leiden. Hij zal zijn afscheidscollege uitspreken op 14 februari om 16:00 in het Groot Auditorium van de universiteit.
Ter ere van Paul wordt voorafgaand aan de afscheidsrede een symposium georganiseerd over een onderwerp dat de laatste decennia centraal heeft gestaan in zijn onderzoeksagenda: de weergave van dieren in tekst en beeld. Verschillende bijdragen in het Frans en Engels zullen de rol van dieren in de Franse, Nederlandse en Latijnse literaire cultuur bespreken, van de Middeleeuwen tot de negentiende eeuw en van vogels tot haaien.

Het bijwonen van het symposium is gratis, maar we willen u graag verzoeken om u aan te melden door een e-mail te sturen naar: a.d.m.van.de.haar@hum.leidenuniv.nl

Aanmelden voor de afscheidsrede (eveneens gratis) is mogelijk via deze website: https://www.universiteitleiden.nl/en/events/2020/02/franse-literatuur

 

Programma

13 Februari
13:30 – 13:50 Inloop
13:50 – 14:00 Welkom en opening
14:00 – 14:45 Jelle Koopmans (Universiteit van Amsterdam) Les oiseaux du marais poitevin – le témoignage de Pierre Bersuire
14:45 – 15:30 Philippe Desan (University of Chicago) La sociabilité des animaux chez Montaigne
15:30 – 16:00 Koffie en thee
16:00 – 16:45 Mireille Huchon (Paris, Sorbonne Université) Rabelais et ses sacrés oiseaux
16:45 – 17:30 Marie-Luce Demonet (Université de Tours) Le « gaillard onocrotale » chez Rabelais : l’interdit et l’injure

14 Februari
9:30 – 9:45 Inloop
9:45 – 10:30 Anne-Pascale Pouey-Mounou (Paris, Sorbonne Université) La caractérisation des animaux venimeux chez Grévin traducteur de Nicandre
10:30 – 11:00 Koffie en thee
11:00 – 11:45 Karl Enenkel (Universität Münster) Animals in Alciato’s and Erasmus’s Writings
11:45 – 12:30 Alicia Montoya (Radboud Universiteit Nijmegen) The Shark in the Library: On Books and Animals in Private Library Auction Catalogues, 1665–1830

Groot Auditorium, Academiegebouw, Rapenburg 73, Leiden
16:00                        Afscheidscollege Paul J. Smith (Universiteit Leiden) Tussen taal en natuur: de poëzie van Du Bartas

Lezing ‘Zelfspot in A la recherche du temps perdu’ (Amsterdam, 14 december)

Lezing door Sabine van Wesemael :  ‘Zelfspot in A la recherche du temps perdu

Tijd: 15-17 uur
Plaats: de Waalse Kerk, Salle du Consistoire, Walenpleintje 157-159, 1012 JZ, Amsterdam.
Entree:   € 7,50 (aan de deur te voldoen)

Programma :
14.30 – 15.00                     Inloop
15.00 – 16.00                     Lezing Sabine van Wesemael en discussie
16.00 – 16.15                     Pauze
16.15  – 17.00                    Presentatie van het Bulletin van de Marcel Proust Vereniging en decemberglas

Over de lezing
In de Recherche treft men veel voorbeelden aan  van ‘autodérision’, van zelfspot. De auteur en zijn held/verteller worden vaak belachelijk gemaakt. De uitdrukking ‘faire de la musique’ gaat als een running gag door de roman, en cruciale scènes als de madeleine episode en het nachtkusdrama  worden komisch verdraaid. Ook steekt Proust voortdurend de draak met de mondaine ambities van zijn alter ego en met zijn gebrekkige talenten op liefdesgebied. De Recherche staat vol intertekstuele verwijzingen die een extra dimensie aan de tekst geven. Met name de verwijzingen naar Le Père Goriot van Balzac en Madame Bovary van Flaubert stellen Proust in staat om zijn held én zichzelf eens flink belachelijk te maken. Kortom, de ludieke kant van A la recherche du temps perdu zal tijdens deze lezing  centraal staan.
Lezing in het Nederlands, citaten in het Frans (zullen geparafraseerd worden)

Over de spreker
Dr. Sabine van Wesemael doceert Franse en Europese letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Zij publiceerde enkele studies over A la recherche du temps perdu, en talrijke artikelen over het werk van de hedendaagse cultschrijver Michel Houellebecq. In januari 2020 verschijnt van haar hand Elementaire deeltjes 68-Houellebecq (Bruna).

Organisatie: Marcel Proust Vereniging i.s.m. Centre Français Néerlandais
Informatie: www.marcelproust.nl

Presentatie ‘Georges Perec, een gebruiksaanwijzing’ van Manet van Montfrans | 90 Jaar De Arbeiderspers (Amsterdam, 3 oktober)

Op 3 oktober bent u van harte welkom op een speciale avond in het kader van het negentigjarig bestaan van De Arbeiderspers. Op deze avond wordt Georges Perec, een gebruiksaanwijzing van Manet van Montfrans, in een herziene en uitgebreide versie, gepresenteerd. Tevens wordt aandacht besteed aan de heruitgave van W of de jeugdherinnering van Perec (Privé-domein) in de vertaling van Edu Borger.

Over Georges Perec, een gebruiksaanwijzing
‘Schrijven is een spel dat je met zijn tweeën speelt,’ luidde het credo van Georges Perec. En maar zelden zal een oeuvre zozeer geschreven zijn vanuit de behoefte om met de lezer een vriendschappelijk duel aan te gaan. Georges Perec, een gebruiksaanwijzing speelt dit spel mee en volgt de sporen die naar de kern van dit sprankelende maar ook intens melancholieke oeuvre voeren. De beschrijving van Perecs leven en de ontstaansgeschiedenis van zijn literatuuropvatting vormen de opmaat naar beschouwingen over zijn belangrijkste prozateksten. Leidraad is de vraag hoe de door Perec zo vindingrijk gehanteerde vormen en technieken zich verhouden tot de verbeelding van zijn persoonlijke geschiedenis.

De presentatie start om 17.00 uur bij SPUI25, Spui 25 te Amsterdam. Meer informatie is in de bijlage te vinden. Toegang is gratis maar de ruimte beperkt: klik hier om u via de website van SPUI25 aan te melden (hierbij geldt: vol is vol).